ACHTERNAMEN

Je mag niet zomaar een achternaam kiezen.

Voor een willekeurige nieuwe achternaam is in Nederland een heel goede reden nodig en de toestemming van de koningin. Iemand mag wel de naam van zijn partner of van een van zijn ouders of verzorgers kiezen. Een buitenlander wilde graag van Amsterdam heten, maar dat mocht niet: van Amsterdam was een bestaande familienaam, Uiteindelijk werd hij van Mokum, vertelt Leendert Brouwer, de onderzoeker van het Meertens Instituut.

Een overzicht van de familienamen is te vinden in de burgelijke stand, het register dat in Nederland dit jaar 200 jaar bestaat. Het bevat ook de informatie over geboorte, overlijden, huwelijkse staat en nationaliteit van de inwoners. Voorheen werden deze gegevens door de kerken bijgehouden in de doop-, trouw- en begraafboeken en die waren vaak onvolledig en onoverzichtelijk.

Achternaam verplicht sinds 1811.
De burgelijke stand ontstond eind achttiende eeuw in Frankrijk, in het kader van de scheiding van kerk en staat na de Franse Revolutie. In Nederland werd het ingevoerd toen het Koninkrijk Holland onderdeel van het Franse Keizerrijk werd. Op 18 augustus 1811 stelde keizer Napoleon Bonaparte iedere burger verplicht om een vaste achternaam te kiezen.

De mening heerst dat de vreemde Nederlandse achternamen als Naaktgeboren uit protest tegen het Franse regime zijn ontstaan. Brouwer spreekt dit tegen: Naaktgeboren bestond al lang voor Napoleon. Deze naam zou een versie kkunnen zijn van de Duitse naam Nachgeboren of een bijnaam van iemand die vaak te lang herhaalde dat we allemaal naakt geboren zijn. Andere voorbeelden hiervan zijn Leeflang, Zondervan, de Kwaadsteniet, Pasop en Evenwel.

Voor de komst van Napoleon heette Nederlander zoals ze in de omgeving werden genoemd: bij hun voornaam, een patroniem -afgeleide van de vadersnaam-, een achternaam en soms een bijnaam. Het patroniemsysteem was bepalend voor een achternaam. In Friesland betekende Jelle Douwesz, Jelle, de zoon van Douwe. De zoon van van Jelle heette Pieter Jellesz. Jellesz werd vervolgens in Friesland als Jellema genoteerd, zegt Brouwer.

Naam gekoppeld aan beroep.
Naast vadersnaam konden afkomst, beroep en kenmerken doorslaggevend zijn voor een achternaam. Iemand die op de dijk woonde, werd Dijkstra, iemand uit het zuiden werd in Amsterdam de Vlaming genoemd. Een bakker werd de Bakker. Bij Reus en Lang gaat het om de lichamelijke kenmerken.

Een aparte groep vormde achternamen van buitenlandse afkomst, die aan de Nederlandse taal werden aangepast: Denis werd de Nijs, Louis werd Lowijs. Soms werden dat minder prettige associaties: Abercrombie werd Apekrom, Copin werd Koppijn en Picard werd Piekhaar. Zo werd de Duitse achternaam Sukel veranderd in het Nederlandse Sukkel, aldus Brouwer.

Nu mogen Nederlanders voor €487,50 een verzoek tot naamswijziging indienen. De nieuwe naam moet zoveel mogelijk op de oorspronkelijke lijken. Dat je niet zomeer een passende achternaam mag kiezen, vindt Brouwer jammer: Je mag niet Piloot worden, als dat jouw beroep is. Terwijl dat historiche gezien de beste manier is om een achternaam te kiezen. (ANP/CBR)

Note van de webmaster.
Als we naar het bovenstaande kijken in dit goed op ons laten inwerken, vraag je dan eens af waar je eigen achternaam vandaan komt. Een land? Een beroep? Een familie? Laat het me weten en ik neem het op in het lijstje hieronder.

Naam Verwijzing naar:
te Riele Riele/Rhele/Reloe, landstreek, buurschap bij Deventer. Nu Schalkhaar.
van Raan Rhaen, land, het Westervelt, anders Brengenberg genoemd, in het Scholtambt Lochem
   
   
X
Loading